De beste kant van slotenmaker Sint-Gillis

Aan deze zijde aangaande de Oude Delft woonde verder een rector betreffende de Omvangrijke of Latijnse De kleuterschool, Magister Jacobus Lassonius, welke in ons ‘Stadtshuys’ was gelogeerd, het voor ‘memorie’ staat uitgetrokken. Sedert Mei 1596 tot ‘Rectoir’ voor de tijd over negen jaren aangenomen, genoot hij, uitgezonderd vrije woonhuis, een ‘jairlix wedde ofte gaige’ betreffende f 700 ‘tot XX stuvers den gulden.’ Daarnaast had deze ‘voort vervoeren met hem en een sijne familie’ onthalen de som van f 50 eens, terwijl hem ook ‘vrijdomme over al die der Stadtsacchysen’ voor zijn persoon, zijn familie en com­mensalen, ‘wesende Studenten inder schoole deser Stadt’ werd verleend. Een ‘stadtshuysinge’, waar bestaan prede­cesseurs in gewoond hadden, werden een rector, bestaan gezin en een ‘commensalen, welke deze inde cost nemen sall’.

In een onmiddellijke nabijheid met een tempel waar een belangstelling tot de naaste werd verkondigd en aangepre­zen, bestonden toentertijd 3 werkplaatsen waar de of- en defensieve wapenen ten behoeve over de anno 1600 zo fel woedende heb werden gesmeed, nl.

Hetgeen men nu kan uitdrukken ingeval: ‘gij zit te gluren ingeval een poelsnip’. Cats zinspeelde hierbij op de gewoonte met reigers en roerdompen om lange tijd roerloos en stokstijf op één poot te staan staren tot ons bepaald issue, waarbij ze af en toe een ogen sluiten ingeval blijven zij in een dut.

Nader vestig ik een aandacht op het woonhuis op een noordwesthoek over een Jacob Gerritszstraat, waarvan de noordgevel ons steen bevat, waarop een anker staat uitgehouwen betreffende het jaartal 1537.

De Wijnstraat, bijvoorbeeld de Wijnhaven toentertijd heette, bewandelde dit register aangaande het 14e stadskwartier van ‘Een Gulde Swaen’ richting een Oude Kerk. Dit derde huis van een hoek af geteld, was dit eigendom met ons ‘aapteecker’, belendende met dat over een ‘suyckerbacker’, de oud-Hollandsche benaming van persoon die zichzelf thans mits „banketbakker’ ofwel alsnog liever wanneer ‘confiseur’ betitelt.

één aangaande een harnasmaker, een beide anderen over zwaardvegers. De theorie binnen een wanden der kerk gepreekt, werd door de praktijk er buiten gelogenstraft en bespot.

Nu we zo ver behalve de stadswallen verzeild zijn geraakt, horen te we in het begin wederom terug tot dit Weeshuis, bij de huidige Barberasteeg om van daaruit een onze straat voorbij de Antieke Delft weer te vervolgen.

Je denk louter alang juiste geweldige Kathe meer informatie Krusemuseum welke Den Helder verloren kan zijn gegaan. Een Duitsers zijn daar reuze happy mee. Je hoeft ook niet aangaande moderne kunst -en over een poppenmuseum- te houden om in het belang met Den Helder indien gemeente ervoor ervoor te zorgen dat die cultuur-uitingen behouden blijven. Zoals door mij al zo veelal kan zijn opgemerkt geraken een beschikbare gelden ook niet iedere keer op een perfecte wijze uitgegeven. Ik denk hierbij aan de totaal onnodige verplaatsing met de schouwburg. Vanwege veel en veel minder had dit cultuurpaleis voor dit centrum behouden horen te blijven. Om de woorden aangaande prof.Cor Molenaar, gericht met mijzelf persoonlijk in ons telefoongesprek: U dan ook hebt mij zeker wel beluisteren zeggen het cultuur in de binnenstad moet blijven!!! Nu de schouwburg uit dit centrum wordt weggehaald kan zijn het ons aanleiding te verdere: Dit ROB SCHOLTE MUSEUM TE OMARMEN HETGEEN VOOR DE BINNENSTAD Ons Mooie OPSTEKER Gaat ZIJN!!!

die hij; vanwege de kuur behoefde, moest deze alleen leveren en bekostigen, zonder met de plaats ofwel de ‘paciënten’ iets daarvoor in rekening te mogen leveren. Wegens het alles zou mr. Jan, vanwege de tijd met zes maanden geëngageerd, een ‘gaige’ (bezoldiging) met stadswege plezier hebben over 200 guldens eens.

Ze bestonden uit twee segmenten, een bovendeel en een onderstuk, hauts de chausses en bassist de chausses. Tegenwoordig benoemen we slechts dat laatste deel ons kous.

Het rad der fortuin blijft draaien door al die eeuwen heen en een bekende spreuk over de blijspeldichter Breêroo: ‘t can verkeeren’ zal, zo lang de aarde zich wentelt, met toepassing blijven.

Hetgeen deze op deze plaats ter stede deed - mogelijkerwijs was hij tafel- ofwel lombardhouder - weet ik ook niet te zeg­gen. In 1554 had Percheval Fasiotis ‘coopman aangaande Piemont’ octrooi met een keizerlijke majesteit gevraagd om hier ter stede ‘tafel’ te mogen behouden. Tot profijt betreffende de armen zou hij jaarlijks in handen betreffende een H.Geestmeesters 5 pond grooten Vlaams betalen.

Doch tevens voor het handjevol kunstenaars welke hun hoofd boven water horen te behouden en zeer gebaat zijn betreffende klanten aangaande buiten een stad. En er mag het museum aangaande Rb Scholte voor zorgen.

Ik heb ons gigantisch geval. Mijn deur van de slaapkamer is dichtgevallen buiten klink en toen je precies opstond voor een nachtelijke plaspauze doorhad ik het iket ook niet meer uitkan.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *